18 juni 2010 – Oh guttegutteguttegut… Ik ben een vleesgeworden cliché…
Even ter illustratie:
Voor Teun: Marieke is een ‘jonge’ meid. Ze sport. Heeft een spetterend (seks)leven. Gaat los op hippe feesten. Ziet er goed uit (al zegt ze het zelf): make-upje, trendy klofje aan het strakke lijf, weelderige blonde lokken. Echt zo’n type van “Je bent jong en je wilt wat”.
(toegegeven: met het verstrijken der tijd heb ik wellicht de neiging mijn herinneringen wat te idealiseren…)
Na Teun: Mama is moe en hangt liever lui op de bank dan op de pijnbank in de sportschool. Mama weet nauwelijks nog wat een seksleven is. En wanneer mama dan voor het eerst eens oppas heeft ingeschakeld voor een bescheiden feestje in de Amersfoortse binnenstad, dan vraagt ze om 22.00 bijna huilend aan papa of ze nu eindelijk naar huis mag. Daarnaast valt haar kledingstijl niet langer te typeren als modieus, maar eerder als praktisch en makkelijk wasbaar. Make-up is op z’n best een snel vleugje mascara. En de hormonen hebben haar lange manen flink parten gespeeld. Als dan ook zoonlief het met z’n kleine klauwtjes op haar haren voorzien heeft, dan snap je wat een zielig plaatje dit alles oplevert. En als klap op de vuurpeil noemt ze zichzelf “mama”!
Natuurlijk had ik me tevoren stellig voorgenomen dat ik nooit zo’n moeke zou worden. Toen bovenstaande tot me doordrong kwam dit dan ook hard aan. Dit kon niet de bedoeling zijn! Hier moest ferm ingegrepen worden. Het werd hoog tijd dat mama zich weer even als Marieke ging gedragen. Om te beginnen zou ik weer wat werk van mijn uiterlijk gaan maken. En wat deed ik daarom???
Zonder het me te realiseren heb ik ook het laatste ontbrekende cliché aan het lijstje toegevoegd. Ik ging naar de kapper! Mijn wilde haren zijn nu ook letterlijk verleden tijd. Maar ach, het is wel praktisch…

klein wereldje
13 mei 2010 – Het idee van een blog is dat je geregeld een berichtje plaatst.
Hoewel ik tijdens mijn zwangerschap en de eerste tijd daarna driftig van me af heb zitten pennen, blijven de berichten de laatste tijd uit.
Heb ik dan niets meer te melden? Ik moet toegeven dat ik inderdaad geregeld bemerk dat ik weinig spannends of interessants meer te melden heb op feestjes en partijen. Olieramp? Aardbeving? Verkiezingen? (Is het kabinet gevallen dan?) Het gaat allemaal een beetje langs me heen. Maar dit kan niet de oorzaak zijn van mijn verzaken. Eerdere berichten hadden evenmin betrekking op het wereldnieuws.

Gebeurt er dan niets meer in mijn leventje? Hoewel sommigen mijn leven momenteel als uitermate saai zouden bestempelen, staat mijn leven in mijn optiek bol van wereldnieuws. Nieuwe tanden, nieuwe klanken (“daaidaaidaai”, “jaajjaajjaaj”, “ppppp rrrrrrrr”), nieuwe vaardigheden (rollen, tijgeren, zitten etc.), nieuw voedingspatroon (Teun eet boterhammen!)
Teveel om op te noemen en allemaal waarzinnig interessant. Voor mij, welteverstaan. Ik merk dat de ogen van mijn gesprekspartners doorgaans verveeld afdwalen.
Maar gelukkig weet ik me hier in gezelschap van een categorie gelijkgestemden, veelal moeders. Vooral met moeders van jonge kinderen kan ik uren volkletsen. Ervaringen uitwisselen, opscheppen, vragen en twijfels bespreken. Heerlijk! Nu mijn wereldje zo klein in geworden, is het verbazingwekkend hoe snel mijn netwerk in korte tijd is gegroeid… Yoga-mama’s, borstvoedingscafé-mama’s, babymassage-mamma’s, buurmama’s, klant-mama’s…
Geen enkele reden dus om niet meer te bloggen. En toch…
Hoewel er zo weinig gebeurt hier in Huize Weltevreden, zitten mijn dagen propvol! Twee dagen fotograferen. Het uitwerken van opdrachten en bestellingen gaat tussen de hapjes en papjes door op de overige dagen. Ook de huishoudelijke taken (en degenen die mij beter kennen, weten dat dit altijd al een aandachtspuntje was) probeer ik er tussendoor te fietsen. Ik krijg mijn lief maar moeilijk uitgelegd waarom ik aan het eind van de dag maar zo weinig concrete acties heb kunnen verrichten.
Op zijn vraag waarom ik mijn tijd niet wat efficiënter kan indelen, moet ik steeds het antwoord schuldig blijven. De tijd glipt me door de vingers. En natuurlijk, ik zou veel tijd kunnen winnen door wat doelmatiger te werk te gaan. Maar zie dat maar eens vol te houden als je zoon op de achtergrond weer een nieuw geluidje aan het oefenen is. Hij is als een magneet…
Dit alles zat ik vanmorgen wat te overpeinzen (tijdens het soppen van de plees, want dat is wel zo efficiënt). En toen viel er ineens een kwartje. Dit valt niet uit te leggen aan een niet-mama. Ik begreep dit tot een maand of 8 geleden evenmin. Voor Teun dwaalden mijn ogen eveneens verveeld af, wanneer een moeder vertelde over haar kleine-wereldnieuws. Voor Teun had ik heel optimistisch nog voor ogen dat de schoonmaakster wel kon komen te vervallen als ik nog maar(?) twee dagen zou werken. Hoe naïef…
En met dit besef begreep ik dat het geen zin heeft dit uit te leggen of me te verdedigen. Mijn wereld is klein. Klein maar fijn. En mijn leven is druk, want ook spelen met en genieten van onze kleine vent behoort tot mijn kerntaken.
En die realisatie vond ik wel een blogje waard. Jullie zijn immers de enigen die me wel zullen begrijpen…
Zó mooi!
28 februari 2010 – Er zijn van die momenten dat je even heel blij bent met jezelf. Vandaag was er voor mij zo eentje. Enige tijd terug blogte ik nog over kleine Daantje die zich, slechts enkele dagen oud, door mij liet portretteren en over de moeite die dat toentertijd kostte. Vandaag kan ik u berichten dat Mevrouw Koudstaal haar lering heeft getrokken uit die sessie, waardoor de kleine Julia later prachtige platen heeft in haar babyalbum.

Om te beginnen had ik het energieverslindende elektrische kacheltje (met enige pijn in mijn milieubewuste hart) al ruim tevoren laten loeien zodat de papa van Julia al snel genoodzaakt was zich van enige bovenkleding te ontdoen.
Daarnaast had ik me voorgenomen dit keer écht mijn geduld te bewaren tot ons modelletje echt goed in slaap was. Nou, aan dat voornemen heb ik me gehouden… Met als gevolg dat we bijna anderhalf uur verder waren voor het fotograferen dan toch echt begon.
Maar toen ging het ook goed! Gewillig liet Julia zich van houding naar houding brengen. Zolang de bewegingen maar vloeiend en heel beheerst werden uitgevoerd vertrok er geen spier in haar kleine gezichtje. Tussentijds hebben we haar soms even de tijd moeten gunnen om weer wat dieper weg te zakken, maar zelfs in de meest onwaarschijnlijke houdingen wist het dametje onder zeil te blijven. En juist dat maakt het fotograferen van pasgeborenen zo fantastisch. Want vraag zo’n baby een half jaar later nog maar eens om in slaap te vallen met de voet tegen de kin.
Aanstaande vrijdag komt er wederom een miniatuurtje langs. Mama Yvette, die pasgeleden nog hier was met een prachtige dikke buik, komt nu haar zoon Sacha tonen. Ik kijk er nu al naar uit. En ik hoop alleen maar dat de papa’s en mama’s net zo trots zijn op de foto’s als ik…
Door
9 februari 2010 – Het leven van een werkende moeder gaat niet altijd over rozen (tenzij je in een rozenkwekerij werkt natuurlijk). Al heb je de leukste baan van de wereld, zoals ik, een hele werkdag zonder je spruitje is lang en dat kolven is toch best een hoop gedoe. Ik maak het mezelf daarin ook niet makkelijk. Ik ben er op gebrand Teun tenminste 6 maanden uitsluitend van mijn eigen witte motor te voorzien, vanwege de vele allergieën aan mijn kant van zijn stamboom. Iedere hint, van manlief of ieder ander, over bijvoeden voor die tijd stuit op zwaar verzet. En het liefste ging ik nog maanden door daarna, maar hele andere argumenten noden me toch tot enige begrenzing.
Niet verder vertellen hoor, maar Teun bij de oppas begint gelukkig wel wat te wennen. Ik hoor onderwijl iedere meer ervaren moeder verzuchten “Dat had ik toch gezegd…” En natuurlijk, ze hebben gelijk. Maar ik voel toch ernstig de behoefte er steeds bij te vermelden dat ik het nog steeds héél moeilijk vind. Het geeft me namelijk een naar gevoel toe te geven dat Teun en ik best even gescheiden van elkaar kunnen gedijen. Alsof ik dan een slechte moeder ben…
Sinds Teun startte bij Jessica, de oppas, werd hij helaas wel ’s nachts vaker wakker. Dat zou vast minder worden naarmate hij daar meer gewend raakte, was onze verwachting. Het tegendeel bleek het geval. Teun sliep de afgelopen anderhalve week nog maar nauwelijks twee uur aan een stuk in de nachtelijke uren. Het enige wat hij dan wilde was aan de tiet. Moe als ik was door slaapgebrek koos ik steeds voor “de makkelijke weg” en plugde ik Teun ineens weer meerdere malen per nacht aan.
Op zoek naar de oorzaak, of beter nog de oplossing, liep ik al onze stappen na. Wat deed ik in vredesnaam verkeerd? Gaf ik te snel toe? Kreeg Teun teveel prikkels? Kwam het doordat ik Teun zoveel bij me draag overdag? Had ik hem dan toch verwend door hem steeds in de draagdoek te laten pitten? Gefrustreerd zocht ik naar een verklaring, want er moest iets veranderen. En gauw, want ik herkende mezelf niet meer in de spiegel.
Afgelopen vrijdag was een drukke werkdag. Ik had twee kindershoots gepland staan. Ze verliepen prima. ’s Morgens kwam er een klein prinsesje, dat alles vrolijk over haar heen liet komen. ’s Middags kwamen er twee watervlugge broertjes die alle kanten op leken te gaan. Mooie snoetjes met prachtige wimpers, maar zie ze maar eens vast te leggen als ze zo volop in beweging zijn. Natuurlijk kwam dit uiteindelijk prima voor elkaar.
Maar hierna was ik leeg. Mijn energie was helemaal op. Maar behalve dat, bleken ook mijn melkmeisjes leeg! Het kolven bleef zonder noemenswaardig resultaat. Bijna liet ik me hierdoor frustreren, maar aangezien dat een averechts effect heeft besloot ik hieraan niet toe te geven.
Gelukkig duurde het niet lang voor ik met mijn kleine man herenigd werd. Papa bracht verslag uit van hoe Teuns dag was verlopen. “Nou moet je niet boos worden, hoor…” begon hij voorzichtig “maar Jessica gaf aan dat ze dacht dat Teun misschien niet genoeg te eten krijgt.” Dat was de druppel (helaas geen melkdruppel, maar zo’n zoute, een traan). De stress sloeg in alle hevigheid toe! Gespannen zat ik met de kleine man op schoot, me schuldig te voelen over de spanning die ik vast weer zou overbrengen op de kleine man op mijn schoot. De vicieuze cirkel was rond.

Het kereltje zat ondertussen als een uitgehongerde wilde te kluiven op mijn hand. Tot ik plotseling wat voelde raspen langs mijn duim. Tot mijn grote verbazing troffen we daar een doorkomend tandje aan! En daarmee vielen er plots wat puzzelstukjes op de plaats. De slapeloze nachten, het vele willen drinken, het jammeren overdag, het krijsen ’s nachts… Hoera! Het lag niet aan moeders… (Hoewel ik dit als goede moeder natuurlijk veel eerder had moeten zien. Ik had het alleen nog niet zo vroeg verwacht.)
Mijn door vermoeidheid en stress geteisterde lichaam had natuurlijk hiermee zijn werking nog niet direct hervonden. Maar nu de tand eenmaal door was lagen er weer betere tijden in het verschiet. Die avond kreeg Teun een flesje uit de vriezer. Lekker voldaan en verlost van de pijn begon Teun tevreden aan de nacht. Zijn moeder ging gelijk met hem in haar nestje en het herstel kon beginnen.
Nu, na 2 betere nachten, voel ik me als herboren. Ik huppel jubelend door het huis en mijn melkfabriekjes hebben hun werk naar behoren hervat. We kunnen er weer tegenaan! Vol vetrouwen. Teuns tand is door, hij slaapt weer (langer) door en ik kan weer door!
Kleine rectificatie achteraf…
Iets te vroeg gejuicht: tand 2 zit er eveneens aan te komen. Dus na 2 nachten enigszins bijslapen, moeten we toch nog even “doorbijten”. Nu hebben we echter een heel arsenaal aan huis, tuin en keukenmiddeltjes ingezet om de pijn wat te verlichten.
Doomsday
9 januari 2010 – Zo, mijn eerste werkweek zit erop. Of beter, mijn eerste anderhalve werkdag.
Voorafgaand aan afgelopen 6 januari werd ik nachtelijk geteisterd door de meest dramatische en symbolische angstdromen over geamputeerde ledematen en enge beesten in een boze wereld. Ik wilde niet, ik wilde niet, ik wilde niet! Begrijp me niet verkeerd, ik wilde wél werken. Sterker nog; door een enkele losse opdracht in de afgelopen weken had ik de smaak weer goed te pakken. Daarnaast is het een genot mijn nieuwe speledingetjes (camera en pracht-lens) in praktijk te nemen. Ik wilde heel graag weer fotograferen!
Wat mij echter deed sidderen van angst was het naderende, weliswaar tijdelijke, afscheid dat ik daartoe moest nemen van mijn Teun. Mijn kleine mannetje en ik zouden voor het eerst in zijn korte leventje van elkaar gescheiden worden. Dat simpele feit deed mijn cortisol zo stijgen dat het de endorfines in mijn lichaam kon overrulen. En dat wil wat zeggen. Lange tijd heb ik de gedachte aan dit afscheid van me af kunnen schuiven. Kop in het zand, ik ben een struisvogel… Maar met het wisselen van jaar was er geen ontkomen meer aan. Er ging geen dag voorbij dat ik niet liep te grienen.
Nou maak ik door de bank genomen van mijn hart geen moordkuil, dus ook deze zorgen deelde ik met eenieder die het horen wilde of die simpelweg informeerde hoe het ging. De reacties kwamen vooral van doorgewinterde moeders en een enkele vader en ze liepen uiteen van begripvol tot laconiek. Maar de strekking was in de regel als volgt: “Even doorbijten. Het went.” Sterker nog, ik zou het gaan waarderen om even tijd voor mezelf te hebben, om te doen wat ik leuk vind.
Nou, daar kon ik me niets bij voorstellen. Ik vind Teun leuk! Ik wil leuke dingen met hém doen! Ik heb nog even getracht het plan te pitchen Teun gewoon thuis te houden. Met Teun in de draagzak of box erbij kon mama ook best foto’s maken, vond ik. Daar dacht papa helaas iets anders over. Hij kent me te goed…

Inmiddels is 6 januari, de verwachte doomsday, gekomen en verstreken. Teun is bij de oppasmadam, Jessica, geweest. Het ging er goed. Hij sliep er bedroevend weinig, maar leek er zich wel prettig te voelen. Ook met zijn moeder is het goed gegaan. Op het moment dat de eerste klant, met drie fantastische ventjes (zie foto), over de drempel was, was ik weer in mijn element. Ik heb ervan genoten.
Maar zodra zij hun biezen pakten, deed ik hetzelfde om mij zo snel mogelijk te herenigen met mijn verloren zoon. Op een drafje legde ik de wandeling van drie kwartier af. Ik was er na vijfendertig minuten. Met eigen ogen kon ik aanschouwen dat mijn kereltje nog in goede gezondheid verkeerde en ontspannen op zijn duimpje lag te zuigen in de box. Ik voelde ook de spanning van mij afvallen. De eerste dag (ruim drie uur) zat erop en we leefden nog. Allebei.
Moraal van het verhaal? Ach, weldra zal ook ik een jonge moeder bemoedigend toespreken dat het moeilijk is, maar dat het went. Want net als met zoveel clichés, is deze zo waar als een koe. Toch blijft er steeds een stukje twijfel: doe ik hier wel goed aan? Als het zo verkeerd voelt voor zoveel moeders, is het dan misschien niet ook verkeerd? Nog zo’n cliché immers luidt: een moedergevoel is altijd juist.
Geen populaire gedachte. Ik verwacht dat alle werkende moeders mij hierin luid zullen tegenspreken. Als we zouden toegeven dat het misschien inderdaad niet zo ideaal is allemaal, dan kunnen we onszelf en ons moeder-geweten niet meer sussen.
Wankel evenwicht
26 december 2009 – Het schrijven van mijn vorige blog heeft mij geen windeieren gelegd. Mijn verhaal over het al dan niet laten huilen van onze zoon wist de harten van menigeen te beroeren. De vele berichten van moeders die zich herkenden in ons verhaal hebben mij dan ook zeer gesteund in deze donkere dagen. De donkere dagen voor kerst wel te verstaan. Letterlijk dus, want zo somber was het nou ook weer niet gesteld hier in Huize Weltevreden. Desalniettemin wil ik toch iedereen bedanken die de moeite heeft genomen mij een hart onder de riem te steken.
In het bijzonder dank ik Stephanie Lampe. Ooit bezocht zij mij met haar twee mooie dochters om foto’s te maken die zij kon gebruiken voor op haar site ikbenmama.nl
en voor haar geschreven boek “Baby in een ritme, naar een regelmaat zonder huilen.” Little did I know, dat zij mij met dit boekje jaren later een grote dienst zou bewijzen. Na het lezen van mijn blog, zond zij mij spontaan haar boek toe.
Waar Ria Blom bij mij totaal tegen de haren streek, gaf Stephanie antwoorden die wel pasten bij mijn beleving van het moederschap. Laten huilen?! Niet dus! Vandaar dat ik alle ouders met moeilijk slapende ukken kan aanraden dit boekje ter hand te nemen.
Dit boekje gaf ons net weer een duwtje in de rug en een dosis vertrouwen om met hernieuwd enthousiasme de regelmaat weer op de letter te volgen. En met resultaat. Al na twee dagen ging het stukken beter met onze Teun! Hij was ontspannen en vrolijk en een genot voor zijn moeder. De zon scheen weer in zijn ogen.
Het voornaamste overigens dat van invloed bleek, was het eerder te bed leggen van de kleine slaapmuts. Onze Teun begon al bij het wisselen van tiet te gapen. Wie enig weet heeft van het kleine grut, weet dat het al plat moet bij de eerste tekenen van vermoeidheid (gapen, in de ogen wrijven, hyperactief wapperen met de ledematen etc.) Maar zo’n snelle gaap kon toch niet zijn van vermoeidheid? Zo snel? Een hele tijd labelde ik dit vroegtijdig gapen als passend bij het wakker worden. Wanneer dit wakker worden dan weer over ging in vermoeidheid was vervolgens moeilijk te bepalen, vond ik.
Na het lezen van dit boek, besloot ik dan toch maar eens de proef op de som te nemen en onze man toch maar linea recta naar bed te brengen bij de eerste gaap. En wat schertste mijn verbazing (maar de uwe vast al niet meer, want u voelt het al aankomen…) Teun sliep in no time. En zonder huilen! Het was de hemel op aarde.
We besloten het nieuwe ritme (ook volgens het boekje) 2 weken strikt te volgen. We hadden een ander kind in huis. Ontspannen, goedlachs en met veel praatjes. En slapen dat hij deed… Het was gewoon saai! Waren we net 5 minuten lekker aan het spelen met het piep-eendje, had meneer er al weer genoeg van. Maar goed, a mom’s gotta do what a mom’s gotta do, dus hop daar ging Teun weer zijn bedje in.
Inmiddels zijn we even op weg en het ritme moet af en toe weer wijken voor de roep van de actualiteit. Het is immers kerst en de grootouders verheugen zich op een weerzien met hun kleinzoon. En van de week was toch de laatste keer dat ik naar het borstvoedingcafé kon. Ingrid is over uit Zweden, daar moeten we toch zo snel mogelijk langs.
En dan blijkt hoe kwetsbaar ons nieuw gevonden evenwicht is. Na iedere afwijking van het ritme is Teun uit zijn doen. Ook vanavond was het een klein drama na een bezoek aan opa. Teun stond er natuurlijk volop in the spotlights en had er bijzonder weinig kunnen slapen. Dit resulteerde in een slapeloos, tomaatrood ventje dat het met stokstijve armpjes en beentjes krijste als een mager speenvarken.
Dit heeft mij het volgende doen besluiten: dit nooit meer! Wij blijven voortaan thuis. Tot zijn 18e komt Teun de deur niet uit, want dit wil ik als moeder mijn kind niet meer aandoen. Wij zullen ons terugtrekken uit het sociale leven in een kluizenaarsbestaan. U zult slechts nog via mail af en toe een teken van leven vernemen. Het gaat hier immers om het geluk van mijn zoon.
Morgen staat er wederom bezoek op het programma (gelukkig komen ze bij ons) en dat zal zich moeten voegen naar nieuwe regels. Als Teun wakker is dan heerst er rust in huis. Hij gaat niet van hand tot hand en kijken doe je met je ogen. En geef je ogen goed de kost, want hij is er maar kort. Bij de eerste gaap zwaait hij dag dag met zijn handje. Ja, als moeder moet je soms hard zijn en impopulaire maatregelen treffen. Zelfs ten opzichte van oma.
Natuurlijk is dit geen oplossing die we lang kunnen volhouden. Teun zal langzaam aan toch moeten wennen aan de drukte van de wereld. Maar voorlopig is een uitstapje als vandaag voor hem, als een dagje EuroDisney voor ons. En daar wordt hij niet blij van.
To cry or not to cry
23 november 2009 – (Onderstaand verhaal is een ervaring van enkele weken geleden)
Hier een berichtje vanaf de Roze Wolk, alwaar ik al enige tijd permanent verblijf. Want wat is ons mannetje toch lief, mooi, fantastisch, knap, fenomenaal en geweldig… Sinds enige weken weet Teun ons te betoveren met een heerlijke, gulle, tandeloze lach. Trots zien we hoe hij iedere dag weer een beetje groter wordt. Vol verwondering kan ik uren aan zijn wieg staan als hij zo heerlijk rustig ligt te slapen.
Ja, áls hij ligt te slapen. En daar zit hem nou net de crux. De nachten verlopen gelukkig prima. Nee, hij slaapt nog niet door. Maar dat verwachten we ook niet van een kereltje van 6,5 week. De laatste nachten maakt hij zijn mama nog maar 1 keer wakker tijdens de nachtelijke uren. En daarna leg ik hem weer terug in bed en meneer geeft geen kik. Wat een genot is dat… Overdag spelen zich echter hele andere taferelen af in Huize Weltevreden.
De ellende begon zo’n 2,5 week terug toen de boodschap ons bereikte dat het toch geenszins de bedoeling was dat Teun slapend te bed ging. Nee, hij moest er wakker in en dan zelfstandig de slaap vatten. Alleen dan zou ons kind een gezond slaap-, waakritme aanleren. Hij kon immers niet voor de rest van zijn leven van zijn moeders tiet het bed in rollen. Dit vonden pa en moe een plausibel verhaal, dus de daad werd prompt bij het woord gevoegd.
Gezien de titel van dit verhaal voelt u, beste lezer, vast al aan waarin dit resulteerde. Juist, Junior was het niet eens met deze theorie. Overdag was het sindsdien geregeld één groot tranendal. En dan waren het niet alleen Teuns tranen die vloeien. Want als Teun zijn gouden keeltje op zet dan krimpt mijn moederhart ineen.

Papa heeft hier aanzienlijk minder moeite mee. “Het is als volgt, een baby poept, slaapt en huilt. Dus huilen hoort erbij.” Dat ben ik met hem eens, maar in mijn optiek zijn ook huilen en troosten onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dit verschil in visie leidde tot enig conflict op nummer 93. Aangewakkerd door de hartverscheurende uithalen van onze spruit joegen mama’s hormonen door het zo vermoeide lijf. Haar anders zo goed ontwikkelde gesprekstechnieken lieten haar in de steek en papa kreeg de wind van voren. En na zo’n felle uitval richting Gus volgden wederom tranen, maar nu vanuit schuldgevoel over de onredelijkheid van mijn woede. De gewoonlijk vrij stabiele Marieke Koudstaal ontpopt zich heden ten dage als emotionele jojo…
Wat te doen? Hulptroepen werden ingeschakeld. De experts van het consultatie bureau werden allereerst geraadpleegd. Van hen kregen we een korte, bondige en uiterst onvolledige en onbevredigende folder genaamd “Het slaap- en waakritme van uw baby”. De consultatie-arts schaarde zich volmondig achter Gus met haar advies onze arme schat te laten huilen tot hij zelf in slaap viel.
Ik heb het direct in praktijk gebracht, gesteund door de belofte dat het huilen snel in duur en heftigheid zou afnemen. Gelul! Onze Teun raakte weldra hees van het huilen. Zijn mooie blauwe kijkers werden al snel net zo dik en rood als de mijne. En slapen? Ho maar.
Rond deze tijd bereikten mij enige emails van een aantal Yoga-dames met daarin een lofzang op het boek “Regelmaat en inbakeren” van Ria Blom. Een hele korte samenvatting: doe alles in een vaste volgorde, op een vaste plaats, baker je kind eventueel in, maar laat het vooral huilen. Alleen als het “jammerende” gehuil overgaat in het “compleet over de toeren” gekrijs dan mocht het kind een aai over de bol ontvangen. Mocht ook dit geen resultaat hebben dan kon het kind als uiterste redmiddel worden opgenomen uit bed, als troost een klein slokje aan de tiet krijgen om vervolgens opnieuw te beginnen door hem terug in bed te leggen.
Nou, opnieuw begon het zeker. Onze Teun huilde met toenemend enthousiasme op volle kracht voort. Rond deze tijd vond ook een soort van babyreünie plaats bij de eerste les babymassage (alle deelnemers waren kindertjes met moeders die ook aan de zwangerschapsyoga hadden deelgenomen) en ook de tipgevers waren ter plaatse. Het gesprek kwam dus al gauw uit bij de prangende vraag: “laten huilen of niet laten huilen?”
Toen ik deze dames onzeker vroeg hoe lang het bij hun kind had geduurd voordat het werkte en hoe lang zij hun kind dan hadden laten huilen, werd ik door andere moeders en de yogajuf vol afschuw aangekeken. “Laat jij je kind huilen???”
Mijn toch al wankele geloof in mevrouw Blom werd prompt met de grond gelijk gemaakt en mijn sluimerende schuldgevoelens laaiden direct in alle hevigheid op. Ik was een slechte moeder en mijn kind leed ongetwijfeld grote emotionele schade door mijn wangedrag dat aan mishandeling grensde. “Maar wat dan?” vroeg ik vertwijfeld. Nou, daar was men het unaniem over eens. Ik moest gewoon mijn gevoel volgen. Ach, natuurlijk! Mijn gevoel volgen! Wat mijn gevoel dan hoorde te zeggen, daarover verschilden de meningen. Daarover verschilde zelfs mijn eigen mening van moment tot moment. Slaapgebrek en hormonen maakten mij een speelbal van mijn gevoelens. Ik deed juist zo mijn best om naar mijn verstand te luisteren, maar dat kon ik vaak niet verstaan doordat mijn kind zo hard huilde.
Er moest een oplossing komen. Een noodgreep. Een interventie. Zodat ik daarna in alle rust kon luisteren naar wat mijn gevoel nou precies zei. En heel stiekem ben ik op zoek gegaan naar het verboden item hier in huis, dat zich op slinkse wijze toch een weg naar binnen had gevonden middels de Blije Doos. De speen. De speen die bij ons de deur niet in zou komen, belandde zo alsnog bij onze zoon in z’n bakkie. Daar lag mijn kind rustig te soppen op zijn speen ín zijn eigen bedje. Nou vraagt dat zuigen op zo’n speen een heel speciale techniek die onze Teun nog niet geheel meester is, waardoor we die er geregeld opnieuw in moeten ploppen. Maar die extra keertjes de trap op is mij het dubbel en dwars waard. Want de rust keerde weer, in onze Teun, in ons huis en in mijn hoofd.
Kon mama eindelijk eens goed luisteren naar haar gevoel. En dat zei dat het goed was…
Babyshoot: omhoog die temperatuur!
20 november 2009 – Met de fotografie van pasgeborenen bevind ik me toch redelijk op onbekend terrein. Kinderen die al uit de kreukels zijn hebben al in grote getallen voor mijn lens hun snoetjes laten portretteren. Maar het hele prille spul vraagt toch een heel speciale aanpak. Vandaar dat Daantje een uitnodiging kreeg om samen met haar ouders een bezoek aan de studio te brengen. Al doende leert men immers.

Tevoren had ik enkele composities bedacht en de set op orde gebracht. De kleine meid zou plaats nemen in een mandje en op een ouderwetse babyweegschaal. Leuk idee. Maar liep dat even anders dan verwacht…
Natuurlijk had ik ruim op tijd de verwarming in de studio aangezet. Maar tegen de verwachting in wilde het maar niet echt warm worden. Pas ’s avonds realiseerde ik me dat de temperatuur pas hoog zou oplopen als de verwarming in de woonkamer dicht gedraaid wordt. Gemiste kans, want nu lag het meisje kou te lijden in haar blote niksie..
Ach zo koud was het ook weer niet, maar het streven was een temperatuur waarbij het meiske zich zo lekker warm en behaaglijk zou voelen dat ze de oogjes zou sluiten voor een bezoek aan dromenland. Want zoals ik eerder al schreef; een slapende baby is het beste model.
En slapen, dat deed Daantje dus niet. Met grote ogen keek ze de onbekende wereld in. Plaatsing in de grote mand leidde tot een bibberend lipje en een zacht, zielig gepruttel. Ik ken de uitwerking daarvan op kersverse ouders, dus dit deed de gemoedsrust van pa en moe geen goed. De mand was dus van de baan. Al is er 1 foto daarvan die wel geslaagd is.
Over op plan B: de weegschaal. Op de weegschaal kon het grietje lekker op een dekentje op haar buikje te slapen worden gelegd, zodat in totale ontspanning een prachtig plaatje kon worden geschoten. Tenminste dat had ik gedacht. Slapen deed het mooie meisje ook nu niet. Ze maakte van de gelegenheid gebruikt haar gymnastiekoefeningen te doen, gooide haar benen hoog in de lucht en trok haar hoofdje eveneens omhoog. Een grappig gezicht, maar het leidde niet tot het rustige schattige plaatje dat ik verwacht had.
Ondertussen werd het gemoed van de ouders danig op de proef gesteld. Daantje was veel langer dan anders wakker en werd hierdoor aldoende steeds minder vrolijk.
Wat nu te doen? Stoppen met experimenteren en terugvallen op wat altijd werkt. Pap en mam namen hun kleine meisje op de arm en keken naar hun grootste schat. En meer dan dat heb je als fotograaf eigenlijk niet nodig. Want wat is er mooier dan de liefde en tederheid die spreekt in het gezicht van ouders die kijken naar hun kind?
En zo kwam alles toch nog goed. Daantje en haar ouders hebben mooie foto’s. En ik heb een waardevolle les geleerd: omhoog die temperatuur!
Tweehonderd Sofietjes
11 november 2009 – 
Onlangs schreef ik over Teuns eerste ervaringen voor de camera. Nu heeft zijn modellencarrière een vlucht genomen. Slecht 2 maanden oud en zijn eerste commerciële opdracht heeft reeds plaatsgehad.
Spinningvriendin Nynke benaderde hem via zijn agent (ondergetekende) met de vraag of hij bereid was plaats te nemen tussen 200 Sofietjes voor plaatsing op haar site en als geschenk aan de gemeente Amersfoort. Natuurlijk toonde Teun zich zeer bereidwillig voor Nynke, die de Sofietjes heeft ontworpen voor de jubilerende stad.
Teuns eerste salaris bestond uit 2 Sofietjes. Nou kreeg ieder kind dat dit jaar in Amersfoort geboren werd er zo eentje, maar wie kan er zeggen “Ik heb er lekker 3…”?
Logeren
2 november 2009
Afgelopen weekend zijn Teun en ik uit logeren gestuurd. Papa moest gaan bowlen met de mannen. “Bowlen?” vraag je je wellicht af, “is dat reden om je vrouw en kind van huis te sturen?” In dit geval wel, want bowlen staat voor deze Drentenaren al sinds jaar en dag gelijk aan biertjes pakken en bij een der mannen de roes uitslapen. Boys will be boys…
Geen probleem, wij pakten onze biezen met plezier. En oma Els en opa Joop gaven ons maar al te graag onderdak.
Een nacht van huis… Dit hield niet alleen de eerste keer logeren in voor onze Teun. Dit hield ook in voor het eerst tassen pakken en aan meer moeten denken dan een schone onderbroek en tandenborstel. Dit hield daarnaast in dat het moment van vertrek strak gepland moest worden i.v.m. voedingen en slaapjes. Dit hield eveneens in voor het eerst zelf een eind rijden met de kostbaarste lading denkbaar aan boord. Kortom, dit resulteerde in enige spanning.
Natuurlijk was het dit alleszins waard. Ruim 24 uur doorbrengen met opa en oma. Een etmaal in de watten gelegd worden en het stralende middelpunt zijn. Wat een feest was dit voor onze man. En wat fijn is voor Teun, dat is fijn voor mama. Wat heb ik genoten van de heerlijke lachjes waarop Teun zijn oma trakteerde. Wat was het prachtig te zien hoe oma’s ogen fonkelden bij de aanblik ervan. En hoe mooi was het te zien dat de pijn in het babybuikje het beste bedaarde in de armen van opa.
Het is prachtig moeder te worden, natuurlijk. Maar wat is het ook geweldig om je ouders tot opa en oma te maken…
Medisch gekeurd
9 oktober 2009 -
Met dit bericht wil ik u allen op de hoogte brengen van een heuglijk feit. Onze Teun is eindelijk door de medische keuring gekomen. (Teun is geboren met een onregelmatige hartslag van rond de 80, i.p.v. tussen de 120 en 150 (meer hierover in: hartslag.)
Hoewel wij al lang zagen dat het prima ging met kleine man De Man, was het wachten op een sign of approval van de heren doktoren. Vol vertrouwen togen wij donderdag dus richting WKZ.

Ons kleine kereltje liet zich gewillig ontkleden en beplakken met snoeren voor het zoveelste hartfilmpje. Koude klodders gel werden op zijn blote borstje uitgesmeerd om een echoscopische weergave te maken van kamers, boezems, aderen, the works. Er werd geluisterd en gevoeld. Toen begon het grote wachten.
Zoals zo vaak met wachten, dat kan lang duren. Ook andere mensen waren wachtende. Moeders, vaders, kinderen, gezinnen. Ieder met een eigen verhaal en achtergrond. En zoals wij daar zaten met een blakende baby en een rotsvast vertrouwen in een goede afloop, zo zaten daar ook ouders met een heel andere geschiedenis. Moeders met rode, betraande ogen. Vaders met bleke gezichten waarvan de adamsappel het grote verdriet verried dat werd weggeslikt. Kinderen met kale koppies en mondkapjes. Broertjes en zusjes die zachtjes moesten spelen totdat ze eindelijk weer gewoon naar huis mochten.
En met de tijd die verstreek nam de onrust in onze harten toe. Het grenzeloos geloof in de gezondheid van onze Teun begon door deze beelden te wankelen. Het ís niet vanzelfsprekend. Niet ieder verhaal loopt goed af.
Ach, de ontknoping van dít verhaal is al aan de start weggegeven, de uitslag was goed. De eindconclusie is dat het ging om een “onrijpheid van het geleidingssysteem van het hart”. Het mocht even duren, maar die rijping is nu ook bij onze zoon geschied. Teun is rijp en klaar voor de wereld! (En wat zijn we stiekem opgelucht…)
Geboortekaartje
23 september 2009 – Amper 6 dagen oud en dan al zo’n professioneel optreden tijdens je eerste fotoshoot. Onze Teun blijkt een geboren model, dat zich schijnbaar moeiteloos in allerlei posities laat brengen. Zonder sterallures of het typerende diva-gedrag dat modellen eigen lijkt. Maar steeds geduldig en de rust zelve.
Onze Teun sliep en dat was precies wat hij moest doen. Het is niet voor niets dat ouders uren in extase boven de wieg hangen terwijl hun kroost in dromenland vertoefd. Er is niets dat meer vertedering oproept dan een slapende boreling. De totale ontspanning in het lijfje, de grimasjes op het snoetje, het doet onze harten smelten. Daarnaast is een slapend kind het beste model. Zeker in de eerste weken is een kleintje dan nog letterlijk en figuurlijk te plooien naar behoefte. Vandaar dat wij onze Teunis Cornelis Johannes de Man aan de wereld wilde voorstellen middels een geboortekaartje met foto in slapende toestand.

Ruim voor zijn geboorte was het ontwerp al klaar, in een jongens en een meisjes versie. Het enige dat restte was de foto om het geheel te completeren. Dat dit niet direct na de geboorte zou lukken namen we voor lief. Dat het door omstandigheden ook nog langer kon duren, daar hadden we geen rekening mee gehouden. En omstandigheden waren er. Dus toen Teun en ik uit het ziekenhuis ontslagen werden na 5 dagen, was er toch wel enige haast geboden. Vandaar dat pa en moe de temperatuur op dag 6 in de studio flink opstookten, de lampen installeerden en een “bedje” voor Teun klaar maakten. Dit alleen was al een flinke inspanning voor ondergetekende, gezien de 15cm lange jaap net langs de bikinilijn. En het echte werk moest nog beginnen.
Teun werd erbij gehaald en even lekker afgetankt zodat hij moe en voldaan zijn plaats in kon nemen op de set. Hij werd van zijn kleertjes ontdaan. Want als je al op dag 6 aan een fotoshoot begint, ga dan ook maar meteen voor het echte werk: naakt. En toen was het wachten tot de slaap zijn intrede zou doen. En zoals zo vaak bij wachten, dat kan lang duren. Twee keer maakten pap en mam een valse start, door al aan hem te gaan plukken voor hij echt diep in slaap was. Op die momenten gaf ons top-model zijn grenzen aan (dat is ook een belangrijke kwaliteit waarover je als model dient te beschikken) door even verongelijkt te pruttelen over de onervarenheid en incompetentie van de crew. Maar al doende leert men, zelfs zijn moeder.
Dus toen Meneertje de Man echt goed onderzeil was, kon het echte werk dan eindelijk aanvangen. Ons kleine kereltje moest in positie gebracht. Met uiterste voorzichtigheid werd er aan hem geplukt en gehannest om hem van zijn aller schattigste kant in beeld te brengen. Beentjes en voetjes werden tactisch verschoven om navelstompjes en piemeltjes buiten beeld te houden. Handjes werden verlegd om juist niets van het gezichtje aan het zicht te onttrekken. Handjes werden nog weer iets anders geplaatst, want dat was misschien wel nog aandoenlijker. Handjes werden opnieuw geplaatst omdat het slapende schatje ze in totale ontspanning weer had laten glippen. Het “bedje” kreeg plots een mosterdgeel tintje en moest derhalve verschoond. Waarna het positioneren opnieuw kon aanvangen. Het was nog een heel gedoe om tot zo’n spontaan plaatje te komen…
Nou maakt fotograferen iets in mij los dat naar fanatisme neigt. Tijdsbesef verdwijnt naar de achtergrond. Lichamelijke signalen blijven onopgemerkt. Normaliter resulteert dit in vrij onschuldige situaties, als het missen van een maaltijd of het vergeten van andere dringende taken. Nu echter maakte mijn gedrevenheid en vervoering dat de shoot vrij plotseling beëindigd werd doordat mijn benen het begaven. Ik had nog uren door kunnen gaan op zoek naar nóg mooier en nóg liever, als ik niet ter plaatste tegen de grond dreigde te gaan. Dus met pijn in mijn hart en in mijn buik besloten we dat “de foto” er maar tussen moest zitten. Perfectionisme kan een lastig trekje zijn.
Gelukkig kon ik op dag 7 (want de rest van dag 6 lag ik op bed) met wat meer afstand naar de foto’s kijken en constateren dat er voldoende werkbaar materiaal bij zat. Daarna was het een fluitje van een cent. Alleen de foto moest bewerkt en in het jongens-ontwerp geplaatst. De datum op de kaart hoefde niet eens aangepast, omdat onze man zich netjes aan de afgesproken datum had gehouden. En zo bracht papa nog die dag het definitieve ontwerp naar de drukker, om op dag 8 de kaartjes in ontvangst te nemen.
De enveloppen waren ook al tevoren geschreven. Dus op dag 9 brachten Teun en ik, tijdens mijn eerste uitstapje naar buiten, zijn geboortekaartjes naar het postkantoortje 300m verderop. Fysiek een hele uitdaging. Maar vol trots liep ik achter de kinderwagen. Trots op mijn zoon, trots op zijn kaartje en trots op mezelf dat ik het ondanks alles toch maar had klaar gespeeld!
De geboorte van Teun.
15 februari 2009 – 
We hebben een zoon!
Hij heet Teunis Cornelis Johannes de Man en hij is zóóóóóóó lief en mooi….
Hij is geboren op de 10e, de uitgerekende datum. Nu al een man van de tijd. We hadden hem desondanks nog niet verwacht. De ochtend voorafgaand aan zijn geboorte immers was er in het ziekenhuis nog een inwendige inspectie geweest om te zien of de bevalling eventueel ingeleid kon worden. Maar dit was niet het geval, want de boel was nog niet “rijp”. (een terugkerend thema in ons leven als jonge ouders)
Toch kreeg ik de 9e om 18.00 mijn eerste wee. We hebben toen samen een DVDtje (the Big Labowski) gekeken, terwijl ik af en toe wat zat te yoga-ademen naar mijn buik. Na de film ben ik gaan douchen en naar bed gegaan om te kijken of er nog iets te slapen viel voor het zou los barsten. Dat is niet gelukt want vanaf dat moment had ik direct weeën om de paar minuten. Ze hielden alleen niet zo lang aan dus heb ik nog een heel tijdje in bed doorgebracht in opperste concentratie. Toen de pijn ook heftiger werd hebben we om 21.00 gebeld naar het ziekenhuis. We mochten meteen komen.
Eenmaal daar werden we direct aangeplugd op de apparatuur en bleek de hartslag van ons kind rond de 85 te zitten. (hoort tussen de 120 en 150) Dit was te laag voor een natuurlijke bevalling en er werd gesproken over een keizersnee. Alsof ons kind dat hoorde ging zijn hartslag prompt omhoog naar 100 á 110. Lekker verder met die yoga-adem dus.
Ik vond het geweldig. Natuurlijk deed het pijn, maar ik wist heel goed wat ik moest doen en was super relaxed. Ook toen ik rugweeën kreeg kon ik dat verdragen door me te concentreren op mijn ademhaling. Ik voelde me sterk.
Helaas schoot het ontsluiten alleen niet zo hard op. En na een x-aantal uur, ik heb geen idee hoe lang want ik was mijn tijdsbesef helemaal kwijt, kreeg ik beenweeën. Dat was even andere koek. Ik verloor mijn grenzeloze vertrouwen in mijn lichaam en heb het uitgeschreeuwd voor mijn gevoel. Mensen die erbij waren hebben dit heel anders beleefd en vonden mij nog steeds rustig, maar dat hoorde ik later pas. Ik had het gevoel dat men allemaal vond dat ik me aanstelde, een heel vervelende gedachte die ik niet los kon laten.
Doordat ik zo gefocussed bleef op mijn adem, maar nu in het extreme, ging ik hyperventileren. Vanaf toen was ik afhankelijk van mijn vriend die me bij de les hield en met me mee ademde (kort en stevig in en dan langzaam in 3 pufjes uit, volgens instructie van de verloskundige), mijn rug masseerde en op me inpraatte dat ik zijn held was (wat ik weer niet geloofde). Maar hij was mijn rots in de branding.
Om de ontsluiting sneller te laten verlopen werden mijn vliezen toen gebroken. Helaas hebben we niet kunnen afwachten of dit het gewenste resultaat zou hebben, omdat de hartslag van ons kind toen terugviel tot 80.
Dit was voor de gyn. het moment om het OK-team uit bed te bellen. Met deze hartslag durfden ze de persfase überhaupt niet aan.
Ik heb de artsen hierover horen praten met mijn vriend, maar op dat moment kon ik me geen zorgen maken om ons kind (daar voelde ik me ook weer schuldig over). Ik werd zo in beslag genomen door de pijn (in mijn benen vooral) dat ik daar geen ruimte meer voor had. Ik vroeg om pijnbestrijding, maar kreeg dit niet omdat dat voor ons kind teveel risico’s met zich mee zou brengen.
Ik was dus alleen maar opgelucht toen de keizersnee opnieuw ter sprake kwam. Vanaf dat moment ging alles heel snel. Om 5.00 reden we naar de OK en om 5.41 werd mijn mannetje met een luide schreeuw uit mijn lichaam getild. Heel even werd hij boven het scherm getild en weg was hij. Mijn vriend ging met hem mee en daar lag ik te trillen en te schudden met mijn armen en hoofd van ontlading en vermoeidheid. Na een eerste keuring door de kinderarts mocht ik hem een kusje geven en even aanraken en toen ging hij aan de hartmonitor op de kinderafdeling.
Ik werd toen alles dicht was naar een zaaltje gebracht waar 2 andere moeders met hun kleintjes aan het frutselen waren. En daar lag ik dan, zonder kind. “nou, ik ben nu dus moeder” zei ik tegen mezelf, maar dit voelde heel onwerkelijk. Pas heel veel later kon ik even met mijn bed naar de kinderafdeling gereden geworden naar onze Teun. Maar de eerste dag heb ik heb eigenlijk maar heel weinig kunnen zien. Ik was enerzijds zielsgelukkig omdat ik het mooiste kind op de wereld had “gebaard”. Aan de andere kant heel verdrietig omdat ik hem miste en omdat ik mijn hoog gespannen verwachtingen van de eerste ontmoeting, het eerste uur, moest loslaten.
Gelukkig mocht hij na 24 uur van de monitor af omdat dit geen nieuwe info toonde. Zijn hartslag bleef laag, maar verder was er geen enkel signaal dat er iets met hem niet goed zou zijn. Dus toen kwam hij de resterende tijd in het ziekenhuis naast mij liggen. Heerlijk!!! Langzaam aan kon ik ook steeds iets meer voor en met hem doen en dit neemt nog steeds iedere dag wat toe.
Wel ben ik af en toe wat emotioneel door hoe het allemaal gelopen is. Soms heb ik het gevoel dat ik gefaald heb. En dan laat ik me door anderen vertellen dat dat niet zo is. Dat moet ik dan echt even horen. Gelukkig hebben we over een week of 6 een afspraak met de gynaecoloog om alles nog eens goed met elkaar door te spreken, hoe het gelopen is, waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.
Met de dag lijkt die bevalling steeds verder weg in het verleden en ik geniet met volle teugen van ons prachtige mannetje. Tijdens de zwangerschap zag ik er tegenop om hem “los te moeten laten” zodra hij mijn buik verliet. Maar nu hij eindelijk ook tastbaar aanwezig is kan ik alleen maar meer van hem genieten. Kusjes geven, aaien, voelen, ruiken, elkaar aankijken… Wat is het leven mooi!
Hartslag
8 september 2009 – Even een update voor al die mensen die meeleven in deze toch best spannende tijd… (jullie zijn allemaal lieverds!)
Helaas bleek de hartslag vandaag wederom nogal onregelmatig bij de verloskundige (die constateerde dit bedoel ik. de hartslag van de verloskundige zelf zal me eerlijk gezegd een worst zijn…). Dus zaten Gus en ik vanmiddag weer in het ziekenhuis. En net als vorige keer leek er op de echo niets aan de hand. Vandaar dat we hebben gevraagd of de gynaecoloog niet toch nog eens een CTG (hartfilmpje) wilde maken. Gelukkig vond deze dat prima, al leek hij het niet echt noodzakelijk te vinden.
Dit CTG liet nog geen 5 minuten later een heel ander, nogal grillig, beeld zien. Waar dit door komt is onduidelijk. Het hartje is in aanleg helemaal tip top ontwikkeld, ons kind is levendig en beweeglijk en heeft nergens rare constructiefoutjes of vochtophopingen. De verwachting is dat dit na de bevalling vanzelf overgaat. Dus lieve lezers, u kunt rustig slapen vannacht, er is geen reden tot zorg!
Wat dit wel betekent is dat we nu een indicatie hebben om in het ziekenhuis te bevallen. De verloskundige gebruikt de hartslag van het kind namelijk als een soort compas waarop ze haar koers bepaald. Als de hartslag van een kindje onregelmatig is dan wordt dit voor haar veel lastiger, dus vandaar dat ze ons overdraag aan de experts met hun state-of-the-art apparatuur (and the machine that says “ping”). Daarnaast zorgen ze er dan voor dat de kinderarts paraat is om onze boreling te inspecteren.
Tot die tijd blijven we ook onder controle van het ziekenhuis, dus morgen mogen we weer komen voor zo’n razend spannende film (CTG). En voor degene die zich nu bekommeren om mijn geestestoestand: ook wat dat betreft kan ik u gerust stellen. Natuurlijk had ik veel liever dat mijn lieve kleine Fritsje zijn hartje lekker helemaal gewoon liet kloppen. Maar ik was niet verbaasd toen het vanmorgen onregelmatig was. Ik vond het vorige week al frappant dat alles ineens koek en ei werd verklaard. Nu is het opnieuw geconstateerd en staat we onder toezicht van de deskundigen. En daar lever ik me vol vertrouwen aan over. En vol vertrouwen zie ik uit naar de bevalling en de eerste ontmoeting met ons fantastische, prachtige, fenomenale miniatuurtje.
Moeder
2 september 2009
Wie heeft bedacht dat je pas moeder bent vanaf het moment van de geboorte heeft zich vergist. Vanaf het moment dat ik wist dat ik zwanger was, voelde ik me verantwoordelijk voor de ontwikkeling van onze spruit. Ik lette extra op groente en fruit, slikte zwangerschaps-vitamines en visoliecapsules en luisterde goed naar mijn lichaam. Alles om mijn broedkastje optimaal te laten functioneren voor “onze Frits”. En zo ging het ook allemaal heel voorspoedig en werd deze zwangerschap de gelukkigste tijd van mijn leven tot op heden.
Toch zijn er momenten dat je ineens bewust wordt van de kwetsbaarheid van dat geluk. Als het ineens niet meer zo vanzelfsprekend is dat alles goed en volgens plan verloopt. Afgelopen maandag constateerde de verloskundige een onregelmatigheid in de hartslag van ons kleintje. Geen reden tot paniek, maar verder onderzoek was gewenst.
Vandaar dat ik daarna direct door mocht fietsen naar het Elisabeth om een hartfilmpje te laten maken. Daar lag ik dan alleen, met doppen op mijn blote, bolle buik. Het geluid van het hartje luid en duidelijk slag voor slag te volgen.
Na 40 minuten kwam een arts op serieuze toon mededelen dat er duidelijk iets afwijkends te horen was. Op basis van het gehoorde was de voorlopige diagnose dat het geleidingssysteem van het hart van ons kind nog niet goed rijp was. Verder onderzoek was gewenst.
Prima, wat u ook zegt ik zal het doen, ik zal er zijn. Alles voor mijn kind! De volgende dag moest ik maar weer langskomen voor nog een filmpje. Liet dit filmpje hetzelfde beeld zien, dan zou ik onder begeleiding van het ziekenhuis komen (i.p.v. mijn eigen verloskundige) en kreeg ik een medische indicatie op in het ziekenhuis te bevallen. De kinderarts zou dan paraat staan, voor het geval dat.
En dan sta je weer buiten. Enigszins van slag werden papa en oma ingelicht. Dapper gaf ik door wat de arts mij had vertelt. Er was geen reden om ons zorgen te maken. Rijping zou vanzelf alsnog op gang komen. Maar verder onderzoek was gewenst.
En toen kwamen de vragen, vanuit hen en uit mijzelf. Alsnog rijpen, maar wanneer dan wel? En hoe kwam het dat het bij ons kind nog niet gebeurd was, terwijl een normaal kinderhartje na 32 weken zwangerschap gerijpt is? Kan ons onrijpe kindje een bevalling aan? Wat kan ik doen, wat had ik moeten doen? En die kinderarts, wat gaat die doen met mijn kleintje?
En toen kwamen er tranen. Heel eventjes. Want dit wist ik wel, ik kon nu niet gaan instorten. Lekkere moeder zou ik zijn als ik het onrijpe babyhartje van mijn bloedeigen kind zou blootstellen aan mijn overspannen stresshormonen. Rust was geboden.
De rest van de dag bracht ik door met oma, die enigszins uit haar doen maar deze kant op was gekomen om mij afleiding te bieden. Op een terras op de Hoge Vuursche, in de zon, tussen de bejaarden, vertelde ik mijn moeder over deze plotselinge nieuwe dimensie aan mijn moederliefde; de moederzorg. Gelijktijdig realiseerde ik me dat mijn moeder op hetzelfde moment precies dezelfde moederzorg ervoer, maar dan ten opzichte van mij.
Samen zaten we kranig onze zorgen in toom te houden door te vertrouwen in de kracht van ons kind.
De volgende dag in alle vroegte togen Gus en ik naar het ziekenhuis voor het 2e hartfilmpje. Deze liet hetzelfde onregelmatige beeld zien, dus wij verzoenden ons met het feit dat het ziekenhuis ons vanaf dat moment goed in de gaten zou houden. Ook de dienstdoende verloskundige herhaalde de boodschap van de vermoedelijke onrijpheid. Maar verder onderzoek was gewenst.
Om eventuele andere aandoeningen uit te sluiten moesten we ’s middags terugkomen, zodat een gespecialiseerde gynaecoloog een uitgebreide echo van ons kind kon maken. Vol goede moed nam ik plaats op het bed en liet ik mijn buik opnieuw onder klodderen met de koude geleidingsgel. Alles werd bekeken en nog eens bekeken. Geen afwijkingen te zien, zoals verwacht. Het geleidingssysteem ging immers meer over de zenuwen die het boeltje moeten aansturen. En die werking is niet te zien middels echografie.
Maar wat veel opvallender was, de arts kon ook niets afwijkends horen. Het ritme van het hart was prima! Om hier zeker van te zijn heeft de arts geruime tijd geluisterd en gekeken, maar met de beste wil van de wereld kon zij geen verstoord hartritme ontdekken.
Vervolgonderzoek was plots niet meer nodig en met een clean bill of health stonden we verbijsterd weer buiten. Alsof er niets gebeurd was. Na anderhalve dag van zorgen, scheen de zon als nooit tevoren.
Vreemd verhaal, vind ik wel. 3 keer wordt iets afwijkends gehoord en ineens is geen wolkje aan de lucht. Maar ik laat het rusten en vertrouw op het oordeel van de arts en de kracht van mijn kind. Wel bel ik mijn verloskundige of ik een keertje extra mag komen tussendoor. Een week wachten op een volgende afspraak voelt ineens te lang.
Om terug te komen op de start van dit verhaal: over ongeveer een week zal ik mijn eerste kind op de wereld zetten. Maar zijn moeder, dat ben ik sinds maandagochtend.
